Academisch Netwerk Huisartsgeneeskunde 

coderen op de E-regel

Regels voor het coderen op de E-regel

 

  1. Codeer op de E-regel altijd ‘on a true level of understanding’. Lees meer
  2. Codeer elke klacht of diagnose apart als er in een consult sprake is van klachten of problemen die niet met elkaar samenhangen. Lees meer 
  3. Lokalisatie [tractus] gaat voor etiologie. Lees meer
  4. Complicaties die optreden bij een bekende chronische aandoening dienen afzonderlijk gecodeerd te worden. Lees meer
  5. Codeer bij klachten waarbij je geen diagnose kunt stellen op de meest objectieve bevinding. Lees meer
  6. Geef een operatieve ingreep de code die past bij het onderliggende lijden. Lees meer
  7. "ICPC-angst" (codes ..25/26/27) = ongerustheid / bezorgdheid / vragen over. Lees meer